Inleiding

Een enorme ramp in Haïti. Tienduizenden kinderen:
  • zijn hun ouders kwijt.
  • zijn hun broertjes en zusjes kwijt
  • zijn hun huis kwijt
  • zijn alles kwijt.
Tienduizenden kinderen kunnen nergens naar toe. Hebben geen dak meer boven hun hoofd. Kunnen niet meer naar school. Wie kan ze helpen?